| Home » IEP Bibliotheek » Artikelen » Verkiezingsstrijd (De) door de bril van metaprogramma’s |
Verkiezingsstrijd (De) door de bril van metaprogramma’s
De verkiezingsstrijd kenmerkt zich door gekissebis over cijfers, welles nietes spelletjes en persoonlijke aanvallen op elkaar van de lijsttrekkers. Zitten wij, de kiezers, daar nu op te wachten? Vergroot dit het zo geschade vertrouwen in de politiek? Herwint de politiek zo zijn geloofwaardigheid? Laten we deze vragen eens nader beschouwen door de bril van metaprogramma’s.
Welke metaprogramma’s zien en horen we nu vooral in de debatten en interviews? Enkele trends die ik heb waargenomen:
1. discussies op hoog detailniveau.
Gekissebis over toeslagen, regelingen, cijfers tot op de komma. Cijferfetisjisme, noemt Thomas van der Dunk dat. Hierin springen twee metaprogramma’s in het oog: informatie en specifiek. De cijfers worden vervolgens gepresenteerd in de vorm van allereerst, ten tweede en ten derde: het metaprogramma procedure. Als kijkers zien we door al die losse boompjes geen enkel bos verschijnen.
2. welles nietes spelletjes
Het metaprogramma voldoet niet voert hier de boventoon. De reactie is vooral polair: ‘dat is gewoon niet waar’. Twee beelden van de werkelijkheid die als waarheid tegenover elkaar worden gezet. Voor ons als argeloze kijker valt geen van beide waarheden te verifiëren. Een van beiden liegt kennelijk, de politiek in zijn geheel wordt er niet geloofwaardiger door.
3. de doemscenario’s
‘We krijgen Griekse toestanden; we worden de risee van Europa; grote groepen zakken onder de armoedegrens’. Hier zien we weg van en voldoet niet, gecombineerd met toekomst. Wat er allemaal fout gaat in de toekomst en wat we dus niet moeten willen. Populistische bangmakerij, vindt Maarten van Rossum. Martin Sommer, journalist: ‘een jaar geleden waren we welvarender dan ooit. Nu gaat dit land ten onder vanwege een bijdrage van 5 euro in het ziekenhuis’.
4. de persoonlijke aanvallen
‘U bent een verkoper van politieke woekerpolissen; u bent een draaikont; u bent een gevaar voor dit land; gaat u toch lekker theedrinken, meer hebt u niet in uw mars’. Ook hier allereerst voldoet niet. Die is gericht op de ander als persoon. Hier wordt van de inhoud (informatie en activiteiten) geschakeld naar de mens en de relatie: het metaprogramma mensen. Nu wordt niet meer de bal gespeeld, maar de mens: ‘u deugt niet’.
5. de one-liners
‘Windmolens draaien niet op wind, maar op subsidie; links doet aan potverteren; rechts doet aan kille sanering; stelen van de armen, geven aan de rijken’. In de one-liners wordt de veroordeling van het beleid van de ander sterk uitvergroot. Alle nuancering ontbreekt en het oordeel is waarheid geworden. Wederom: voldoet niet gericht op de inhoud van de ander: activiteiten en informatie.
6. waar blijft de visie?
In alle cijfergeweld ontbreekt het overzicht. Hoe moeten we al die kleine maatregelen plaatsen? Hoe past dat in de grote uitdagingen waar we voor staan: een financiële en economische crisis, een klimaatcrisis etc.? We zien de metaprogramma’s gebruik en specifiek, waar concept, opties, globaal en toekomst op zijn plaats zouden zijn. Per Everding, ondernemer: ‘nu is de discussie wie het grootste stuk krijgt en wie moet inleveren. Maar de belangrijkste opdracht is om de koek groter te maken….. ‘ (naar toe, opties, toekomst)
In al deze ‘trends’ worden de uitspraken gedaan met grote stelligheid. We herkennen een zeer sterke interne referentie: ‘ik en alleen ik heb de waarheid in pacht’. Het eigen beleid wordt gepresenteerd als: wij (met de nadruk op wij) zorgen ervoor dat… Een combinatie van voldoet niet naar de ander, voldoet wel naar zelf en daarnaast sterke controle binnen zelf en interne referentie. Hans Boutelier stelt dat de politiek zichzelf enorm overschat in wat zij vermag. Meercontrole buiten zelf, zou realistischer zijn.
Wat zijn nu de dominante metaprogramma’s die naar voren komen:
Naar de inhoud: specifiek, informatie, gebruik en procedure met een sterke interne referentie gebracht. Daarnaast: weg van, voldoet niet en toekomst.
Naar de ander: voldoet niet, weg van en mensen, wederom met de absolute waarheid van een sterke interne referentie.
Naar zelf: voldoet wel, interne referentie en controle binnen zelf.
Groeit jullie vertrouwen bij deze combinaties?
Als we dit beeld van metaprogramma’s plaatsen naast het gemiddelde dat uit alle MPA scans komt (bron: MPA mindsonar, op basis van 2100 afnames) dan zien we interessant genoeg, dat dit nu bepaald niet de metaprogramma’s zijn waarmee de politici met ons, gewone burgers, rapport kunnen maken, integendeel. Met gemiddeldes moeten we voorzichtig zijn, maar enfin zo doet een opiniepeiler dat ook, dus voor wat het waard is:
Wij hebben geen behoefte aan al die gedetailleerde informatie, maar hebben liever overzicht. Wij hebben geen behoefte aan doemscenario’s maar willen graag aantrekkelijke doelen voor de toekomst. Wij zitten niet op procedures te wachten, maar horen liever mogelijkheden. Wij willen graag insluiten in plaats van uitsluiten. Wij willen graag horen wat er wel klopt in plaats van wat er niet deugt. Ook willen we dat er respectvolle, constructieve onderlinge relaties zijn, in plaats van elkaar te verketteren. Wij willen graag samen bouwen aan de toekomst, wij willen een visie horen.
Door deze bril snap ik, gemiddelde kiezer, waarom ik met kromme tenen en teleurgesteld naar debatten en interviews kijk. En de ‘winnaars’ van de debatten, moeten die daar eigenlijk wel blij mee zijn? Door de bril van metaprogramma’s zijn zij juist niet de leiders waar wij op zitten te wachten.
Vervolgens zijn er verkiezingen geweest. Er wordt geformeerd. Mannen die elkaar net verketterd hebben, sluiten compromissen en leveren hun eerdere breekpunten net zo makkelijk weer in. Weer gaat het over de punten en komma’s, verkiezingsbeloften verdwijnen van tafel, het laatste restje visie wordt ingeleverd voor de macht. Alsof er niets aan vooraf gegaan is slaan zij elkaar op de rug voor de camera’s. Het hele circus schakelt kennelijk even makkelijk weer naar het MPA gemiddelde. Worden we als kiezers gewoon voor de gek gehouden? Martin Sommer: ‘ dit is potgrond voor populisten’.
Ik ga wel stemmen. Niet op een debatwinnaar. Wel op iemand bij wie ik in ieder geval een spoor van een visie kan waarnemen. Ik weet dat het mosterd na de maaltijd is, maar hoe zou het zijn om langs het gemiddelde MPA-profiel de verkiezingsstrijd te stroomlijnen? Van strijd naar constructief zoeken naar overeenkomsten en zo samen bouwen aan een aantrekkelijk toekomstbeeld. Daar kan ik enthousiast van worden.
Guus Hustinx
guus@intens.org