Buitendouche van Otto Otter (De)
Een verhaal voor kinderen die nog in hun bed plassen.
Vlak voor de zomer vakantie had ik contact, toevalligerwijs, met 2 kinderen die nog in hun bed plasten. Ik schreef voor een van hen het verhaal van Otto Otter. Het verhaal deed meteen zijn werk. Voor een poosje, dus na dat poosje heb ik nog 2 verhalen geschreven. Die verhalen brengen de oplossing nog meer binnen het metaprogramma “eigen controle”. En nu is het betreffende kind helemaal droog ‘s nachts. In mijn enthousiasme over de werking van het eerste verhaal stuurde ik het per e-mail naar de ouders van het andere kind, met wie de contacten net waren afgesloten. Daar vergat ik echter de ’gebruiksaanwijzing’ voor helende verhalen bij te voegen: gewoon voorlezen zonder introductie en niet nabespreken (hooguit belangstellend reageren op terugvertaal opmerkingen van het kind zelf). In dit geval werkte het verhaal dus niet. Maar dat zal geen enkele rechtgeaarde NLP-er verbazen als je weet hoe het verhaal van Otto Otter bij dat jongetje werd geïntroduceerd: “wat een goed verhaal hé, wat zou het mooi zijn als jij net als Otto ook zo’n bedplasbelletje had, maar ja……“. Voor wie het verhaal aan een nog bedplassend kind wil voorlezen; weet hoe je dat aanpakt. In een volgende EE wellicht de andere verhalen.
Otto otter en zijn buitendouche
In het hol van Otto Otter is een buitendouche. Otto Otter heeft die zelf gemaakt. Dat is bijzonder, want de meeste andere dieren gebruiken gewoon de rivier. Otto Otter vindt de rivier soms te koud en soms te warm en soms ook te bevroren. Daarom maakte hij een buitendouche. Otto’s douche krijgt zijn water uit een prachtig beekje. Uit dat beekje heeft Otto een holle tak naar zijn hol laten lopen. Aan het eind van de tak zit een speciaal reservoir dat het water verzamelt. En onderaan het reservoir zit een kraan. Alle dieren vragen zich af hoe Otto zijn douche gemaakt heeft. Maar Otto verklapt dat niet. “Het is gewoon een wonder van de natuur”, zegt hij. En dan glimlacht hij trots om zijn buitendouche. Maar Otto heeft 1 klein probleem waar hij eigenlijk liever niet over praat. Otto’s buitendouche stroomt ’s nachts soms over. En dan wordt alles nat in zijn hol.Dat vindt Otto naar. Net zo naar als wassen in de rivier kan zijn; te warm, te koud. Niet erg, maar wel gewoon vervelend. En omdat Otto Otter een hele schrandere otter is gaat hij zoeken naar een plan. Hij peinst en piekert, net zolang tot hij de oplossing gevonden heeft. Want hij is ook een volhouder en een doorzetter. Het probleem met de buitendouche komt van de beek, denkt hij op een dag. “Vandaag is de kudde olifanten zeker niet langs geweest om uit de beek te drinken”, piekert Otto dan. “Ze zijn zo druk op allerlei nieuwe plaatsen van alles aan het opslurven geweest, dat ze niet uit de beek hebben gedronken. Al die slokken water zijn in mijn reservoir terecht gekomen. En daarom liep het reservoir over en nu is alles nat in het hol. Stomme olifanten”. Maar ergens binnen in hem is ook een stemmetje dat zegt dat dit niet klopt. “Het ligt aan het reservoir”, denkt Otto dan. “Dat is gewoon te klein. Misschien moet ik ’s avonds de holle tak van het reservoir los maken. Dan komt er lekker geen water in”. Maar ergens binnen in hem knaagt een stemmetje dat zegt dat dit niet klopt.“Gek”, fluistert dat stemmetje, “overdag is er toch nooit een overstroming.” “Het ligt aan de kraan,” denkt Otto. “De kraan is lek. Daarom stroomt het water binnen.”
Maar slimme Otto weet meteen dat die gedachte nergens op slaat. Peinzend en piekerend zit Otto in het gras aan de oever van de grote rivier. Thuis heeft zijn moeder een ketel water voor guldenroede thee op het vuur gezet. Otto’s moeder heeft nog zo’n mooie ouderwetse fluitketel. Otto vindt het altijd geweldig om te horen hoe de fluitketel fluit. Hij holt dan meteen naar binnen om te kijken hoe het kokende water door de fluit van de fluitketel naar buiten stoomt. Dat vindt hij zo’n leuk gezicht. “De druk is van de ketel,” zegt zijn moeder dan, terwijl ze het water met een grote straal in de theepot giet. Dat vindt Otto grappig. En terwijl hij naar het dampende water kijkt weet Otto het ineens! Sinds die dag zit er een belletje aan het reservoir van zijn buitendouche. Otto heeft dat er zelf aangemaakt. De andere dieren zijn nieuwsgierig hoe dat daar komt en waarom dat er zit. Maar Otto verklapt dat niet. “Het is gewoon een wonder van de natuur”, zegt hij. En dan glimlacht hij trots op zichzelf. Want sinds die dag is er nooit meer een overstroming in Otto’s Otterhol. Als ’s nachts het reservoir vol zit gaat het belletje bellen. Dat is voor Otto hét seintje. Dan stapt hij uit zijn bed en dan doet hij gewoon de kraan even open. Zo kan het water naar buiten. Net zoals de stoom uit de fluitketel kringelt. “De druk is van de ketel”, denkt Otto dan. Dat vindt hij leuk.
En dan stapt hij lekker terug zijn droge hol in. Hij slaapt rustig de hele nacht verder. Soms droomt hij van de olifanten en soms ook niet.
Reinalda Kerseboom.
info@speltherapeut.nl
© juni 2007, Reinalda Kerseboom